woensdag 19 februari 2020
Homepage | regelgeving | Dreiging vogelgriep niet verontrustend

Dreiging vogelgriep niet verontrustend

In vergelijking met voorgaande jaren is de vogelgriepdreiging niet verontrustend. Dat concluderen deskundigen van Wageningen Bioveterinary Research.

Sinds enige jaren vormen wilde watervogels wereldwijd een reservoir van ernstige, ofwel hoogpathogene, varianten van vogelgriep. Daarmee is de dreiging van vogelgriep op pluimveebedrijven fors toegenomen. Naast veel wilde vogels raken pluimveebedrijven zo nu en dan besmet met de ziekte.

Vogelgriep (AI) komt over de hele wereld veel voor. Virussen verspreiden zich door vogeltrek vanuit Azië, via broedplaatsen in Rusland, naar Noordwest Europa. Daardoor is er een continue stroom van (nieuwe) virussen en typen.
De virusdruk is het hoogst in de vogeltrekperiode. Globaal zijn dat de maanden november tot en met maart. De mate van virusdruk en de variatie in virustypen is moeilijk vooraf te voorspellen.

Trekvogels gearriveerd
Dit jaar lijkt de vogelgriepdreiging vooralsnog beperkt te zijn. ‘Veel vogels die vanuit Siberië naar onze streken komen, zijn inmiddels gearriveerd. Constateringen van besmettingen van hoogpathogene vogelgriep hebben we nog niet gedaan’, zegt Nancy Beerens van Wageningen Bioveterinary Research. In haar laboratorium komen dagelijks monsters binnen die op AI worden onderzocht.

‘In voorgaande jaren zagen we voorafgaand aan het opduiken van vogelgriepvirussen in Nederland vaak een spoor van uitbraken op de route van trekvogels, in Wit-Rusland, Polen en Duitsland. Dat hebben we de afgelopen maanden niet gezien. Ook is er nog geen sprake van vondsten van grote aantallen dode watervogels’, aldus Beerens. ‘Al met al schatten we de huidige situatie niet in als verontrustend.’

Opmerkelijk veel H6
Dit jaar zijn er veel meldingen van besmettingen met laagpathogene vogelgriep van het type H6. Het H6-virustype kan niet muteren naar een hoogpathogene virusvariant en is daarom niet bestrijdingsplichtig.

‘Tot nu toe zijn er dit jaar al 38 introducties van vogelgriep H6 gevonden’, meldt Beerens. ‘Dat is veel, maar niet geheel uitzonderlijk. In andere jaren komen we over het hele jaar ook vaak wel aan zo’n veertig nieuwe besmettingen van laagpathogene vogelgriep. Het is wel opmerkelijk dat we dit jaar vooral H6-virussen vinden.’

Pluimveehouderijorganisatie Avined meldde onlangs dat op meerdere leghennen- en kalkoenbedrijven in de provincies Overijssel, Flevoland, Gelderland, Friesland, Groningen en Noord-Brabant laagpathogene H6-vogelgriep is vastgesteld.

Piek H6 in maart
Beerens nuanceert: ‘Het is niet zo dat de H6-besmettingen allemaal recent op pluimveebedrijven zijn ontstaan. In de meeste gevallen gebeurde dat eerder in het jaar. De piek van H6-introducties was in maart. Toen vonden we op elf pluimveebedrijven een besmetting. Als bedrijven eenmaal besmet zijn, blijf je iedere keer dat je monitort antistoffen vinden, tot het moment dat een besmet koppel van het bedrijf verdwijnt.’

Volgens Beerens lijkt in bijna alle gevallen sprake te zijn van overdracht van het H6-virus van wilde vogels op pluimvee. Vrijwel alle besmette pluimveebedrijven zijn bedrijven met uitloop. Uitwerpselen van wilde vogels in de uitloop zijn de belangrijkste risicofactor. Kippen kunnen besmet raken door opname van vervuilde grond of water met vogelpoep.

 

bron: nieuweoogst

Bekijk ook

Vader en zoon na jaren van klachten voor de rechter voor verven papegaaien

Het verschil tussen een geelvleugelara en een groenvleugelara lijkt miniem. Toch mogen alleen de eerste ...

1 opmerking

  1. Het binnen houden van onze? Vrije uitloop kippen in deze maanden kan veel ellende voorkomen.
    Als je géén voorstander hier van bent? Ja dan ben je voor ruimen ingeval van vogelgriep.
    Het is altijd kiezen in het leven ,ook voor de kip.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *