woensdag 24 april 2019
Homepage | inheemse vogels | Het jaar 2018 was goed broedseizoen voor moeras- en struweelvogels

Het jaar 2018 was goed broedseizoen voor moeras- en struweelvogels

Het jaar 2018 was opnieuw een goed broedseizoen voor moeras- en struweelvogels. Dat blijkt uit de waarnemingen in het project Constant Effort Sites (CES). Net als in 2017 brachten sommige moeras- en struweelvogels flink wat jongen groot, waaronder rietvogels zoals Rietzanger, Bosrietzanger en Kleine Karekiet. Ook sommige broedvogels van struweel wisten veel nageslacht groot te brengen. Grasmus en Zwartkop lieten zelfs de hoogste waarden in de reeks sinds 1996 zien. Tuinfluiter had eveneens weer een positieve uitschieter.

Vogelringers die meedoen aan het CES-project van het Vogeltrekstation en Sovon vangen van half april tot begin augustus regelmatig vogels met een vaste mistnetopstelling. Doordat vogels veelal trouw zijn aan hun broedgebied, kan van sommige soorten de jaarlijkse overleving worden berekend. Ook levert het ringwerk informatie op over het broedsucces van algemene zangvogels. Van de 41 CES-locaties waren de gegevens van 38 plekken bruikbaar voor de analyse.

Moerasvogels
De moerasvogels die het zo goed deden, brachten hun jongen groot in de periode dat het lang warm en rustig weer was. Van karekieten is bekend dat langdurige periodes met veel wind en neerslag veel broedsels over de kop kunnen laten gaan. Dat soort omstandigheden waren er in 2018 niet.

Onderzoek insecten nodig
Of de moerasvogels daarnaast profiteerden van tijdelijk verhoogde activiteit van insecten blijft gissen, aangezien gegevens daarvan nagenoeg ontbreken. Meer onderzoek naar insecten is nodig. Een andere vraag is of Tuinfluiters bijvoorbeeld vaker dan anders een tweede broedsel begonnen, waardoor de cijfers zo gunstig uitpakken. Van deze soorten zijn de nesten lastig te vinden. Er komen wel wat nestkaarten met nestgegevens binnen, maar meer neststudies naar insecteneters die niet in nestkasten broeden hebben duidelijk meerwaarde.

Merel
Sinds bekend is dat het Usutu-virus veel slachtoffers onder de merels maakt, is te verwachten dat dit terug te zien is in het overlevingsgetal van volwassen vogels. Net als in 2017 was dat inderdaad laag, maar nog niet extreem. Eerste analyses door het Vogeltrekstation wijzen echter uit dat de overleving in het zuidoosten van het land lokaal veel lager kan zijn. In het stedelijk gebied zijn er nu al drie jaar op rij dalende aantallen, maar daarbuiten lijkt nog geen sprake van afname.

bron: Sovon Vogelonderzoek Nederland/groeneruimte

Rietzanger

Bekijk ook

Boerenzwaluw keert terug

Een zwaluw maakt nog geen zomer. Maar, dit zomerse paasweekend en de weken erna keren ...

1 opmerking

  1. Het warme weer heeft waarschijnlijk? Meer insecten op de been gezet, zodat de insecteneters in het voordeel,waren.
    Of ? Is het climaat er de oorzaak van?
    Ja daar schuiven we veel op af,
    Snellere tijden bij sport ? Zijn een prestatie ? Het opnieuw uitvinden van nieuw dingen ook?
    Het uiterse is bijzonder? Behalve in de natuur?
    Daar is het een climaat ramp? Of ? Was dit zolang de aarde bestond ook al.
    We hebben ijstijden gehad ? Tropische climaten? Waterniveau 20 meter hoger als nu ?
    Meteoren die de wereld hebben veranderd,?
    Ach zijn we vergeten?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *