zondag 19 mei 2019
Homepage | inheemse vogels | Herken de beflijster (video)

Herken de beflijster (video)

BEFLIJSTEER (Turdus torquatus)
Het verenkleed van het mannetje is dofzwart met een witte halvemaanvormige borstband
Het vrouwtje heeft een bruiner verenkleed met een lichtbruine borstband
De onderzijde heeft een licht schubpatroon
De vleugelveren hebben witte randen

De beflijster is in Nederland een niet algemene doortrekker, die makkelijk aangezien kan worden voor de merel. Bij nadere bestudering valt bij het mannetje gelijk de witte halvemaanvormige borstband op, die bij de merel ontbreekt.
Deze borstband komt ook bij het vrouwtje voor, maar wel veel minder duidelijk.
Door lichte randjes aan de veren ontstaat een schubpatroon dat bij het vrouwtje het duidelijkst zichtbaar is.
Door dezelfde lichte randjes zijn op de gesloten vleugels lichte strepen te zien.
De beflijsters die in Nederland gezien worden, zijn vrijwel allemaal afkomstig uit Noord-Europa en Groot-Brittannië en onderweg naar het overwintergebied in het Middellandse-Zeegebied.

In Midden-Europa broeden beflijsters die tot een aparte ondersoort gerekend worden en slechts zelden in Nederland gezien worden. Hoewel bij deze vogels het schubpatroon aan de onderzijde duidelijker is, ontbreekt de borstband.

De beflijster is een schaarse doortrekker, die bij vluchtige waarneming sterk op een merel lijkt en bij nadere beschouwing een merel met een wit slabbetje om de hals.
De broedgebieden liggen in Scandinavië, Schotland, Wales en de berggebieden in Zuid- en Centraal-Europa.
De grootste kans op waarneming van een beflijster is tijdens de voorjaarstrek; dan verblijven honderden vogels op de Waddeneilanden en elders in het land.
Beflijsters houden zich ook regelmatig op in groepen van andere doortrekkende lijsterachtigen, zoals koperwieken en kramsvogels.

Op de Waddeneilanden, waar de meeste waarnemingen vandaan komen, zijn ze in de trektijd te ontdekken op de diverse weilanden en sportvelden, waar regenwormen gemakkelijk te bemachtigen zijn.
Doortrekker in vrij klein aantal.

Europese verspreiding: De belangrijkste broedgebieden van de befslijsters liggen in Noorwegen, delen van Schotland en Engeland, in de Alpenlanden en de Balkan.
In grote delen van west en midden Europa wordt de soort als trekvogel waargenomen.
Biotoop Bos, graslanden, heide, kust, middel- en hooggebergte, park en tuin, struweel, weiden (kleinschalig)

Voedsel- en broedbiotoop: beflijsters zijn broedvogels van bergachtige gebieden en natte heiden, meestal erg rotsachtig en met een zeer spaarzame begroeiing.
Het nest wordt op de grond gemaakt, bij voorkeur onder een overhangend stuk steen.
Op doortrek kunnen beflijster aangetroffen worden in allerlei graslanden, bosranden en duinen, met voldoende beschutting. Hier houden zich veel bodemdieren op, waar de beflijster van profiteert.

Voedsel: voornamelijk ongewervelde bodemdieren.

Broedperiode vanaf half april – juni. Koloniebroeder: nee.
Aantal legsels; meestal één, soms twee legsels per jaar (voornamelijk indien eerste legsel niet succesvol).
Aantal eieren 4 – 5, soms 3 – 6

Bron: Kees Vanger op Youtube

 

Beflijster

Bekijk ook

Meld roofvogelaanvallen op postduiven

Om het probleem van de roofvogels goed inzichtelijk te maken, hebben we een speciale meldpagina ...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *