vrijdag 24 november 2017
Homepage | uitheemse vogels | De halsbandparkiet ook in België

De halsbandparkiet ook in België

De Halsbandparkiet is een tropische verschijning, die in België al een behoorlijk stevige populatie heeft uitgebouwd. In nieuwe gebieden zijn mensen vaak blij verrast met de verschijning van deze parkiet, die het formaat heeft van een slanke Torenvalk. Door de recente toename en het ontbreken van een gerichte telling weten we niet over welke aantallen het tegenwoordig al gaat. Daarom organiseren Natuurpunt en Natagora dit jaar voor het eerst een gezamenlijke telling, zodat de populatiegrootte in kaart kan worden gebracht.

In 1966 werd het eerste broedgeval van Halsbandparkiet in België vastgesteld, dat gebeurde in het Park van Tervuren. Maar pas het loslaten van een veertigtal vogels door de toenmalige Meli zoo op de Heizel in 1973-‘74 zorgde voor een ware doorbraak. Rond 1990 broedden er al 120 tot 130 paartjes in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De Vlaamse broedvogelatlas (2000-2002) spreekt al van 260 tot 430 broedparen. Er werd toen ook al gebroed in o.a. Meise en Herenthout. Vandaag gaat het om een veelvoud aan Halsbandparkieten. Naast de nog sterk uitgebreide populatie rond Brussel, zien we het bolwerk noordwaarts via Mechelen doorsteken naar Sint-Niklaas, Antwerpen en Ekeren, en westwaarts tot in Aalst. Aparte kolonies zijn er in Gent, Kortrijk, Diest en Lommel. Maar de soort wordt ook al waargenomen in De Haan en in Middelkerke. Wetende dat heel wat gemeenten in Vlaanderen vandaag de dag nog steeds parkietloos zijn, maakt duidelijk dat het einde van de uitbreiding nog lang niet in zicht is. Daar waar hij zich gevestigd heeft, is de Halsbandparkiet niet meer weg te denken uit het straatbeeld: de parkieten troepen samen op (soms grote) slaapplaatsen.

In tegenstelling tot wat vroeger werd aangenomen, zou de Halsbandparkiet volgens een recente studie door Diederik Strubbe en Erik Matthysen van de Universiteit Antwerpen wel degelijk een bedreiging kunnen vormen voor vogels die hier van nature voorkomen, en dan met name voor de Boomklever. Broedholen moeten voor beide soorten aan dezelfde normen voldoen, en doordat Halsbandparkieten al eind februari beginnen met de eileg (Boomklever pas in april) kunnen de parkieten de beste holen eerst inpalmen. In het slechtste geval zou dat de lokale populatie Boomklevers met een derde kunnen terugdringen. Spechten, die in gelijkaardige holen broeden, ondervinden weinig hinder omdat zij bij gebrek aan een geschikt hol zelf een nieuw nestgat kunnen uithakken. Dat kunnen Boomklevers niet. Andere soorten als Spreeuwen, Holenduiven en Kauwen broeden overwegend in grotere holtes. Alleen de Boomklever lijkt dus de dupe. Voorlopig is dat alleen het geval in stedelijk gebied waar ook de Halsbandparkiet broedt, maar niets sluit uit dat zij gezien de toename van de aantallen, in de nabije toekomst zullen uitbreiden naar de meer landelijke bossen.

Wat de hinder tegenover de mens betreft, spreken we vooral over de geluidsoverlast, maar lokaal ook over de schade aan de fruitteelt. Voor Vlaanderen zijn hierover echter geen cijfers beschikbaar.

Natuurpunt registreert dankzij de groeiende populariteit van waarnemingen.be dagelijks gegevens van Halsbandparkieten uit het hele land. Maar dat zijn dus vooral losse waarnemingen van groepjes die her en der verspreid op zoek zijn naar voedsel. Het totaal van deze gegevens geeft niet of nauwelijks een idee van de populatiegrootte van deze soort. Wel van hun verspreiding, en die is dus duidelijk toegenomen. Een populatieschatting zal een veel grotere schaal aannemen dan de verspreiding van broedvogels, want dan tel je ook de jonge vogels, of dieren die (nog) niet tot broeden kwamen. Dergelijke aantalschatting kan je best maken aan de hand van slaapplaatstellingen. In de zomermaanden zijn de jongen al lang uitgevlogen en gebruiken ze gezamenlijke slaapplaatsen. Op dergelijke slaapplaatsen troepen vaak vogels uit de wijde omgeving samen, zodat je niet overdag elk individu afzonderlijk moet opsnorren.

Slaapplaatsen van Halsbandparkieten zijn dan wel opvallend, ze kunnen zich van de ene dag op de andere echter verplaatsen naar een heel andere plek. Als ze toch arriveren, is zo’n kleine slaapplaats snel geteld. Tijdens de eerste telling leverde dat toch al vijf slaapplaatsen op in Vlaanderen, met o.a. 376 vogels in Ekeren. Maar van die kleine slaappplaatsen zijn er ongetwijfeld nog veel meer. Kleine slaapplaatsen inderdaad; want de grootste telde 3585 parkieten in Koekelberg. Je raam zal maar open staan die nacht. Niet alle slaapplaatsen zijn zo indrukwekkend, nieuwe slaapplaatsen zijn vaak erg klein en kunnen slechts een paar tot enkele tientallen vogels tellen en zijn dus moeilijker vindbaar. Heb je zelf weet van een slaapplaats, deel dan je gegevens via www.waarnemingen.be en selecteer in het venster Gedrag de code ‘Slaapplaats’. Zo kunnen ook deze plaatsen beter worden opgevolgd.

Tekst: Gerald Driessens, Natuurpunt Studie
Foto: Wikipedia

Halsbandparkiet
Halsbandparkiet

Bekijk ook

Wereldwijde handel in wilde vogels nam drastisch af

Een Europees handelsverbod voor wilde vogels heeft de wereldwijde handel met 90 procent doen dalen. ...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *